In memoriam Herman Ebbers

Jarenlang zat hij daar, op zijn vaste plek in zaal Köster bij de eerste tenoren. Iedere maandagavond. En dat vanaf 1971. Overdag stond hij nog met zijn handen in het deeg, omringd door meel, klanten, vroeg opstaan, altijd warme ovens en de die heerlijke lucht van versgebakken brood. Vroeg ging de wekker als anderen nog sliepen. De bakker moest vroeg uit de veren. En tóch was hij er. Iedere maandagavond opnieuw. Altijd trouw. Altijd fanatiek. Altijd op tijd. Maar als de klok richting tienen kroop… Dan schoof Herman langzaam zijn map in zijn tas. Want de bakker moest slapen — de wekker zou weer vroeg gaan. Toch genoot hij ervan. Van het zingen én van zijn ambacht, het bakkersvak.

Je kwam 54 jaar geleden bij het Ettens Mannenkoor. Als jonge man had je al eens voorzichtig aangehaakt bij het Ettens Mannenkoor, maar toen voelde je je nog niet op je plek. Totdat jij en Diny een huis kochten in Ulft. Op een avond ging daar de deurbel en daar stonden ze: Willy Köster en Bennie Timmermans. Ze kwamen je ophalen. Want ja, het moest niet zo zijn dat een zanger uit Etten overstapte naar het Ulfts Mannenkoor. Gelukkig voelde het meteen goed — dit was jouw plek. Het begin van 54 jaar lidmaatschap.

Er werden concerten gegeven, vriendschappen gesloten, koorreizen gemaakt. Jij was erbij. Altijd. Of het nu ging om een grote reis naar Canada, of een kortere naar Arnsberg — jij zong, jij genoot. Je stond op het podium met grootheden als Anneliese Rothenberger, Marco Bakker, Berdien Stenberg. Zong Carmina Burana’s. Of bij het jubileumconcert met Guido’s Orchestra. Dan hebben we het nog niet eens gehad over de jagers. En je was niet zomaar aanwezig — je was betrokken.

Als iemand vaak afwezig was op de repetitie, kon jij daar heerlijk op mopperen. Misschien ook wel vanuit irritatie, maar vooral uit betrokkenheid voor het koor. Jouw vaste stekje was op de tweede rij. Een praatje links, een dolletje rechts. Een herkenbare lach. En met Herman kon je altijd lekker drammen over voetbal. Je hoefde er maar één woord over te zeggen — hij reageerde meteen.

Toen kwam 2020. Corona. De wereld ging op slot. De repetities stopten. Voor het eerst in jaren geen maandagavond meer. Maar er was ZOOM. En daar zat je dan, bij Maurice in huis, samen met kleindochter Emma op het scherm. Zij zongen met je mee.

Voor ons een prachtig gezicht, het leek voor ons als een moment van diepe trots als vader en opa. Dat kleine beeldscherm werd een venster op iets groots. Want zingen was jouw grootste hobby — en die deelde je met je familie. De familie Ebbers is dan ook verweven met het koor. Maurice zingt al vele jaren mee. Emma stond met ons op het podium. Roel verzorgde het geluid. Hanny en Diny zijn er vaak en steken handen uit de mouwen als dat nodig was.

De huldiging voor jouw erelidmaatschap vond plaats in coronatijd, gewoon bij jullie thuis. Op jouw verzoek — niet wachten tot ‘het weer mocht’. Want jullie dochter Mirian was over uit Sint Maarten en dat maakte het moment extra bijzonder. Corona, sluiten van onze repetitieplek Köster, afnemende gezondheid. Allemaal zaken die er aan bijdroegen dat het

zingen op maandagavond niet meer ging en je meer op afstand betrokken raakte. En toch: wie jij was, wist iedereen.

Als zangers op de fiets door de Walstraat reden en jullie balkon passeerden of iemand bij de pinautomaat aan de overkant stond. Dan klonk het van boven naar beneden of van beneden naar boven: “Heej bakker!” En dan volgde die lach. Die herkenbare en aanstekelijke lach. Deze galmde dan door de straten van Terborg.

Afgelopen week zijn Martin en Jan namens het koor nog even op de koffie geweest. Je was broos, maar je ogen glansden nog. En je zei: “Kiek, dát is Ettens Mannenkoor.” Niet de noten. Niet alleen de muziek. Maar de kameraadschap, de betrokkenheid. Je had gelijk, Herman.

Dat is een groot goed binnen onze club. Diny, Herman genoot van het koor en heeft hem ongetwijfeld hoop en troost gegeven. Jij, maar ook jullie gezin, zijn altijd welkom bij het koor en ik hoop van harte dat onze muziek ook jullie troost kan geven.

Herman Ebbers, de bakker met de aanstekelijke lach, Eerste tenor, Erelid van het Ettens Mannenkoor, maar bovenal onze zangersvriend.

Niels Berendsen Voorzitter Ettens Mannenkoor